06-52314686

info@wonderwoordenwinkel.nl

De Roze Olifant…

Bij de Wonderwoordenwinkel nemen wij ‘practice what you preach’ heel serieus. Mijn  omgeving krijgt nogal wat variaties van ik-boodschappen en sorry-boodschappen te horen. En ikzelf ben mij er steeds meer van bewust geworden hoe veranderingen in hoe je met of tegen iemand praat een groot effect kunnen hebben.

Zo leren we de kinderen dat het bij de ik- en sorry-boodschap beter is om te  zeggen wat je wél wilt dan wat je níet wilt. Het  simpele voorbeeld dat we  de kinderen geven is ‘denk niet aan een grote roze olifant!’ …. Waar denk je nu dan aan? Precies aan een grote roze olifant!

Of zoals een jongetje in groep 8 ooit zei: ‘als mijn ouders zeggen dat ik iets niet mag, dan krijg ik meteen zin om dat te gaan doen.’

De uitdaging is dus om in de ik- en sorry-boodschap te vragen om wat je juist wél wil dat de ander doet, of hoe hij/zij met je omgaat.

Daar zit ook een pedagogische en misschien wel een sociaal-emotionele visie achter.

Bij een ik-boodschap is het veel makkelijker om aan te geven wat we niet willen, wat we stom vinden, waar mensen om ons heen mee moeten ophouden. Om daarentegen aan te kunnen geven wat je nodig hebt, moet je eerst bij jezelf nagaan wàt dat is en dat is soms best wel lastig… Als jij mij uitscheldt, wat heb ik dan van je nodig? Dat je respect voor me hebt. Die is nog wel makkelijk. Maar als je mij negeert, of achter mijn rug om over me praat, wat heb ik dan nodig?

Wij geloven dat weten wat je nodig hebt een onmisbare eigenschap is om later zelfstandige, gelukkige mensen te worden. Als je niet weet wat je wil kan je er ook niet voor zorgen dat die behoeftes bevredigd worden.

Practice what you preach betekent ook dat je bereid bent naar jezelf als docent te kijken. En ik betrapte mezelf erop dat ik nog steeds vooral kinderen vertelde waar ze mee op moesten houden, wat ze niet moesten doen, waar ze nu echt mee moeten stoppen. Maar als kinderen iets doen wat ik niet wil, wat heb ik dan van ze nodig.

Sindsdien ben ik bij mezelf op training en probeer ik kinderen te vragen (nog een belangrijk ingrediënt…) om het gedrag dat ik wel wil zien, of wat ik van ze nodig heb.

Dat is soms zoeken, dat omdraaien van hoe je gewend bent iets te zeggen.

‘Stop met dat duwen en trekken’, wordt bijvoorbeeld ‘willen jullie alsjeblieft wat voorzichtiger met elkaar omgaan?’.

‘En nou is het afgelopen met dat geklets!’, wordt bijvoorbeeld maar ‘willen jullie alsjeblieft naar me luisteren als ik iets uitleg?’.

In plaats van ‘zit elkaar niet zo te jennen.’, krijg je ‘kunnen jullie ook zo spelen dat het voor iedereen leuk is?’.

Een onverwachte prettige bijkomstigheid is dat ik ook veel minder chagrijnig word van dit soort interacties.

Als ik kinderen vraag of ze alsjeblieft rustig willen spelen, of aardig met elkaar om willen gaan krijg ik bijna altijd een ‘ja, juf’ en zeg ik ‘dankjewel’. Dat geeft een heel andere energie dan ‘hou nou op met dat drukke gedoe, jullie doen elkaar straks nog pijn’.

Het wil nog niet altijd zeggen dat de kinderen vervolgens doen wat ik vraag. Maar dan kan ik ze helpen herinneren aan de afspraak die we net gemaakt hebben.

Zo is  de communicatie en energie een stuk prettiger, voor hen en voor mij.

Ik blijf dus nog wel even bij mezelf en de roze olifant op cursus.