06-52314686

info@wonderwoordenwinkel.nl

Pesten is eigenlijk een heel effectief verdedigingsmechanisme…

 

We zaten met vrienden te eten, het ging over de programma’s van de Wonderwoordenwinkel en mijn eigen pestverleden kwam ter sprake.

Ik vertelde wat ik ook altijd in de klassen bij de kinderen vertel, dat ik in de tweede van de middelbare school gepest werd, dat ik het gevoel had half buiten de groep te vallen. Ik had wel vriendinnen, maar voelde feilloos aan dat ze achter mijn rug om over mij praatten. Het tafeltje naast mij in de klas was altijd leeg. De jongens in de klas vonden dat ik raar lachte en dan een paardenbek had. Als ik hardop lachte, maakten zij hinnik-geluiden. Dus ik lachte niet meer hardop in de klas.

 

Toen kwam er een nieuw meisje. Ze kwam naast me zitten. Ik vond haar nogal stom. Ze heeft maar een half jaar bij ons in de klas gezeten, maar we hebben haar dat half jaar het leven behoorlijk zuur gemaakt. We verzonnen verhalen die alleen zij geloofde, ze werd uitgelachen, belachelijk gemaakt… We zijn zelfs met een clubje een keer naar haar huis gegaan om haar bang te maken, nadat ze één van die verzonnen verhalen had doorverteld. Ik weet nog dat één van de jongens die mee was zei: ‘Als ze nu maar alle kleuren van de regenboog schijt.’ Ik herinner me dat ik die uitdrukking niet kende, maar dat ik wel het gevoel had dat we daarmee iets goeds hadden bereikt…

 

In de gesprekken die ik met kinderen voer in de klas heb ik die ervaring altijd als bijzonder waardevol gezien. Ik kan heel goed uitleggen hoe het voelt om gepest te worden en wat dat met je doet, maar ik kan ook heel goed uitleggen waarom iemand gaat pesten. Ik kan het gevoel van de veiligheid van de ‘macht’ nog heel goed terughalen: ‘mij gaat nu in ieder geval even niets gebeuren’. We pestten haar met een groepje en ik was de meest actieve voortrekker. Maar ik was nu wel onderdeel van een groepje vriendinnen. Ik was van de onderste tree van de ladder één stapje omhoog geklommen.

 

Tijdens het etentje bleek ook Paul eerst gepest te zijn en daarna gepest te hebben. We hadden het over de impact van pesten en hoe heftig het is om vaak als volwassene nog de effecten daarvan te voelen. Ik ben niet heel lang, of heel heftig gepest. Maar zelfs bij mij heeft het doorgewerkt en heb ik tot de dag van vandaag een natuurlijk wantrouwen tegen vriendinnengroepen waarvan ik het gevoel heb dat ik niet bij hoor. Ik heb altijd het gevoel dat ze over mijn kunnen roddelen en dat ik ze heel goed in de gaten moet houden.

 

Ook Paul, kon punten in zijn volwassen leven aanwijzen, waar hij nog de laatste restjes schade van dat pesten ondervond. Over ons eigen pesten hadden we veel spijt, ik zou het meisje dat ik toen zo heb aangepakt graag mijn excuses willen kunnen aanbieden. Ik ben er zeker niet trots op wat ik heb gedaan. Maar we kwamen er samen pratend achter dat we van het pesten dat we gedaan hadden, naast de spijt en schuldgevoel, geen blijvende schade hadden ondervonden.

 

En dat we niet anders konden concluderen dan dat pesten, hoe afschuwelijk en schadelijk voor degenen die er slachtoffer van zijn voor de pester een heel effectief verdedigingsmechanisme is. Voor mij, in mijn werk was dit een waardevolle reminder.

 

Mensen (en kinderen al helemaal) doen dingen die werken, als het iets ze oplevert. En ik was er al heel lang van overtuigd dat kinderen die pesten dat in bijna alle gevallen doen omdat ze (zoals wij dat noemen) een volle ballon hebben. Dat veel mensen en kinderen pesten om zelf niet gepest te worden. Maar nooit eerder had ik pesten als een ‘effectieve aanpak’ gezien, maar dat is het eigenlijk wel. Dus als we willen dat kinderen stoppen met pesten, moeten we ze wel een minstens net zo effectief alternatief aanbieden.

 

Ik heb de naam van het meisje dat ik zo gepest heb op de middelbare school sinds ik zo vaak over haar vertel in de klassen wel eens door de Google en facebook gegooid. Maar ik vond nooit iets.

 

Ik heb het zojuist nog maar eens een keer geprobeerd en nu kwam ik haar wel tegen. Haar profielfoto vertelde me dat dit hetzelfde meisje was, van wie ik het leven als 13 jarige zo zuur heb gemaakt, maar nu is ze een volwassen vrouw. Ik geloof in ‘practice what you preach’. Dus ik ga maar eens contact zoeken en kijken of een sorry-boodschap 20 jaar na dato nog steeds kan werken.